Leden Taskforce Bereikbaarheid Zuidas dragen zelf ook bij aan bereikbaarheid

In 2016 hebben de leden van de Taskforce Bereikbaarheid Zuidas een convenant ondertekend. Door ondertekening hebben ze aangegeven zich te gaan inspannen om het autogebruik van hun medewerkers in het woon-werkverkeer te verminderen. Onlangs is onder de leden onderzoek gedaan om antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre ze daarin zijn geslaagd. Goed te weten dat de leden die aan het onderzoek hebben deelgenomen op Zuidas in totaal bijna 16.000 medewerkers in dienst hebben met gezamenlijk ongeveer 5,5 miljoen reizen van bezoekers/studenten naar hun organisatie per jaar.

Daling autogebruik bij leden
Het goede nieuws is dat de afgelopen 5 jaren bij de leden het aandeel van de auto in het woon-werkverkeer met zo’n 9% is gedaald. Medewerkers zijn vaker het openbaar vervoer (+5%) en de fiets (+3%) gaan gebruiken. Dit resultaat is het gevolg van een aantal maatregelen die de leden hebben genomen.

De afgelopen 5 jaren heeft iets minder dan de helft van de organisaties minder parkeerplaatsen ter beschikking. Ook waar het aantal parkeerplaatsen stabiel is gebleven, is een sturend parkeerbeleid gevolgd. Nergens hebben alle medewerkers altijd en overal een parkeerplaats. Wie toegang heeft tot een parkeerplaats krijgt, is bijvoorbeeld afhankelijk van de woon-werkafstand, de functie of van het bezit van een leaseauto. Er zijn leden waar helemaal geen parkeerplaatsen voor medewerkers (meer) beschikbaar zijn. In totaal zijn er op dit moment 7.250 parkeerplaatsen voor medewerkers en bezoekers. Van deze parkeerplaatsen is 5% voorzien van een laadpaal.

Het mobiliteitsbeleid van de leden heeft de afgelopen jaren effect gehad op de ontwikkeling van het aantal leaseauto’s. Een ruime meerderheid heeft het aantal leaseauto’s verminderd. Dat varieerde van 10% tot meer dan 25% minder leaseauto’s. Daarvoor in de plaats kwam dan veelal een mobiliteitsbudget, waarmee medewerkers zelf met een persoonlijk budget hun reizen kunnen kiezen en betalen. 

Fietsplan en stallingsplaatsen
De meeste organisaties stimuleren medewerkers naar het werk te fietsen, met het openbaar vervoer te reizen en in mindere mate om deelvervoer te gebruiken. Er zijn verschillende manieren waarop een werkgever het fietsgebruik kan stimuleren. De meeste leden kiezen voor een fietsplan waarbij medewerkers zelf een fiets kunnen kopen door loon uit te ruilen (bruto-netto).  Of ze kiezen voor een leasefietsregeling, waarmee medewerkers vanuit hun brutoloon een fiets leasen.

De leden hebben meer stallingplaatsen voor fietsen dan voor auto’s: 11.400. Daarvan is nog maar 2% voorzien van een laadfaciliteit. Alle leden hebben douchevoorzieningen voor fietsers.

Leden die een mobiliteitsbudget aanbieden, geven geen aparte vergoeding voor het openbaar vervoer. Dat zit immers in het budget. Het merendeel van de leden geeft een mobiliteitskaart voor het reizen per openbaar vervoer of vergoedt het openbaar vervoer volledig.

Bijna alle leden hebben eigen deelfietsen op locatie. Ongeveer de helft heeft eigen deelauto’s. Een kleine minderheid vergoedt deelfietsen of deelauto’s van commerciële aanbieders in de openbare ruimte. Deelscooters in de openbare ruimte worden op dit moment nergens vergoed. Het kan natuurlijk wel voorkomen dat medewerkers met een mobiliteitsbudget zelf ervoor kiezen een deelvoertuig te gebruiken en te betalen.

Hybride werken: kantoorbezetting 53%
Bij de meeste organisaties kunnen medewerkers met een kantoorfunctie hybride werken. Bij ruim de helft staat het medewerkers in principe vrij waar en wanneer zij werken. Wel wordt van medewerkers verwacht dat zij een of meerdere dagen per week op locatie werken. Op dit moment zijn de organisaties het beleid voor hybride werken nog wel aan het verfijnen. Was 5 jaren geleden de gemiddelde kantoorbezetting op een gemiddelde werkdag 83%, nu ligt dat percentage op 53%. Dus is niet alleen het aandeel van de auto kleiner geworden, maar ook het aantal autoritten. Bijna alle leden geven medewerkers een vergoeding voor de inrichting van de thuiswerkplek. Een meerderheid geeft ook een vergoeding voor de thuiswerkdagen. 

Als medewerkers hybride werken, zou het goed voor de bereikbaarheid zijn, als medewerkers meer verspreid over de werkweek naar het werk komen. Nu zie je dat de dinsdag en donderdag, net als voor corona, verreweg de drukste dagen van de week zijn. Organisaties stimuleren het spreiden over de week (nog) niet actief. Als hierover al afspraken worden gemaakt, dan gebeurt dat op het niveau van teams of speelt de leidinggevende een rol. Datzelfde geldt eveneens voor reizen buiten de spits. Ook dat stimuleren organisatie niet actief. Nog altijd reist tweederde van de medewerkers in de spits. Met spreiden (over de week en dag) valt nog veel winst te behalen.

De afgelopen jaren heeft Van A tot Zuidas diverse initiatieven ontwikkeld om de bereikbaarheid van Zuidas op peil te houden of te verbeteren. De meeste leden hebben aan één of meer van die projecten deelgenomen, zoals e-bike probeeractie, mobiliteitsscan en -advies en reisplanner Amaze.